4 jaar

23-09-2018

Stel jezelf voor als vierjarig meisje of jongetje. Stel jezelf voor dat je ernstig ziek bent, van ziekenhuis naar ziekenhuis gaat en altijd in contact staat met 'die enge witte jassen'. Stel je voor dat jij die 'enge witte jas' bent en voor dit kleine ukkie moet zorgen. Zou je het kunnen?

Van de week zat ik door mijn fotoalbums heen te bladeren en zag vele foto's waarop ik een enorme glimlach op mijn gezicht heb en aan het genieten ben. Heerlijk onbezorgd zie ik eruit. Het geluk dat ik in een gezin mocht opgroeien die vele dingen kon bieden, geen oorlog heb gekend en geen ziekte heb gekend. Geen familieleden die vroeg overleden, geen pesterijen, geen discriminatie.

Met de kennis die ik nu heb weet ik dat dat niet voor ieder kind geldt. Niet ieder kind groeit op in een liefdevol gezin die de middelen heeft om voor het kind te zorgen en niet ieder kind groeit gezond op. Als wijkverpleegkundige heb ik één keer voor een vijfjarig jongetje gezorgd. Het was een kindje die opgroeide in een gezin waar beide ouders ziek waren; een moeder die meerdere malen in de week moest dialyseren in het ziekenhuis, een vader met dwerggroei die leed aan ernstige hartproblematiek en alsof dat nog niet genoeg ellende was, waren er ook maatschappelijke en financiële problemen. Het jongetje heeft in die vijf jaar meer ziekenhuizen en artsen gezien dan de gemiddelde persoon in zijn leven ziet. Hij leed, net als zijn vader, aan dwerggroei waarbij hij vergroeiingen had. Hij was geopereerd aan zijn beentjes waarbij helaas infecties waren ontstaan onder het gips dat rond zijn beide beentjes zat.

Als wijkverpleging kwamen wij meerder malen per dag om deze wonden te verzorgen en om het kleine jochie lekker op te frissen. Althans, lekker, dat was maar de vraag. Hij vond het verschrikkelijk, brulde het uit wanneer ik nog maar een vinger uitstak en gooide woorden naar mijn hoofd die ik zelf op die leeftijd zeker niet wist te roepen. Ergens wel begrijpelijk als je kijkt naar wat hij al had doorgemaakt, maar lastig voor mij. Dankbaar wel, dat ik voor dit jongetje heb mogen zorgen en heb mogen zorgen dat hij het medisch gezien goed maakte. Aan de andere kant vond ik het heel erg om voor hem te moeten zorgen. Het is zo'n andere patiëntencategorie waar ik geen ervaring mee had, dat ik niet goed wist hoe het beste om te gaan met dit mannetje én met de vragen, opmerkingen en de emoties van zijn ouders. De zorg voor zo'n kindje strekt zich namelijk veel verder uit dan alleen het jochie. De emoties, het verdriet en soms ook het tekort aan ziekte-inzicht, oogkleppen ophebben om de situatie maar niet te hoeven zien, spelen ook allemaal mee.

Het gekke is, toen ik aan de opleiding tot verpleegkundige begon, was mijn droom om kinderverpleegkundige te worden. Halverwege de opleiding wist ik dat ik het niet aan zou kunnen en na deze ervaring weet ik het zeker. Je moet een verpleegkundige zijn die uit speciaal hout is gesneden om met deze patiëntencategorie om te kunnen gaan. Niet alleen de patiëntencategorie, maar ook de ouders, grootouders, pleegouders en voogden. Meer dan ooit heb ik na deze ervaring bewondering voor de kinderartsen, kinderverpleegkundigen, pedagogisch werkers en ieder ander die met deze zieke kindjes werkt.   

Zou jij het kunnen?