Aan de kust

27-06-2017

De werkweek start. Eerder dan gepland sta ik op, want ik heb er zin in. De eerste cliënt van de dag geeft mij een brok in mijn keel. Ik moet mijn tranen bedwingen. Wat heb ik een prachtig beroep.

Na een lange periode niet in de wijk aan de kust gewerkt te hebben, mag ik weer! Het is maandag en de wekker gaat vroeg af. Mijn ochtendritueel is meestal wat gehaast. Hoe langer ik kan slapen hoe beter, want ja, mijn ochtendhumeur is niet te omzeilen. Tanden poetsen, de plooien uit mijn gezicht trekken en mijn zusterpak aan. Ontbijten doe ik meestal in de auto, zo ook vandaag. Ik start iets eerder met werken, want het is al lang geleden dat ik aan de kust heb gewerkt, dus ik bereid me voor op spannende verhalen van cliënten, wat bijkletsen en een gezellige babbel tijdens het uitvoeren van de verpleegtechnische handelingen.

De eerste cliënt woont samen met haar man in de polder. Prachtige mensen zijn het, zowel het innerlijk als het uiterlijk. Al vele jaren zijn ze getrouwd en wonen ze op een mooie boerderij. Ze genieten samen van hun oude dag en maken regelmatig samen uitstapjes. Het is juni 2017 en het is sinds eind december geleden dat ik bij deze mensen ben geweest.

Ik zet mijn auto op het boerenhofje, zet de motor van mijn auto af en pak mijn spulletjes. Wij, van de verzorging, mogen langs de poort naar binnen. Ik zie in het raam van de keuken dat mevrouw mij al heeft gezien. Ik trek de poort achter mij dicht en mevrouw staat voor mijn neus. Zo snel! Ze heeft tranen in haar ogen 'Moh kind wat heb ik jou lang niet gezien!'. Ik krijg een hartverwarmende knuffel die lang aanhoudt. Ik knuffel net zo hard terug, wat heb ik haar gemist. Ik zie een traan over haar wang rollen wanneer ze me loslaat. 'Wat ben ik blij jou weer te zien, we hebben je allebei gemist.'. Ik krijg de tijd niet om te vragen hoe het met haar gaat, want direct volgt een vragenvuur: 'Hoe gaat het met jou? En op school? Oh.. en je bent verhuisd hoorde ik! Hoe heb je het op je nieuwe stekje?'. Ik vertel haar dat ik eerst haar man ga begroeten en we daarna zeker zullen bijkletsen. Haar man geeft dezelfde reactie als zijn vrouw. 'Ik zet direct thee, daar houd je van he?'. Dankbaar knik ik van wel. Tijdens de douchebeurt kletsen mevrouw en ik bij, waarna we met zijn drieën een bakje thee drinken en alles bespreken wat er in de afgelopen maanden gebeurd is.

Vol verwondering stap ik terug in de auto. Hoe wonderbaarlijk. Na al die maanden weten zij nog precies wat er gaande was in de afgelopen periode. Dit beroep blijft mij iedere dag weer versteld staan. Hoe cliché het klinkt, je bouwt een band op met deze mensen. Ik zie ze als meer dan alleen cliënt, zoals vele andere zorgprofessionals in de wijk dit ook doen. Met plezier tuf ik met mijn autootje door de wijk om met een dikke glimlach op mijn gezicht bij de volgende cliënt naar binnen te stappen. Je moet het meemaken om te geloven. Het is een wonderbaarlijk beroep.