De watersnoodramp

24-01-2018

Eergisteren stond er een stukje in de PZC (voor degenen die niet uit Zeeland komen: De Provinciale Zeeuwse Courant) over de watersnoodramp in 1953. Tijdens mijn middagdienst kwam dit ter sprake bij een van de cliënten. Een heftige, niet te vergeten periode.

Ze is een lieve, spraakzame, dementerende mevrouw. Met momenten slaat ze de plank eens flink mis, maar lief is ze altijd. Een harde werkster vanaf jongs af aan. Als klein meisje moest ze helpen op het land van haar ouders, 'zo ging dat', zoals ze zo mooi kan vertellen. Ze moest voor de koeien zorgen en helpen met het zware werk op het platteland. Het boerenwerk zat er al vroeg in. En quess what, ze heeft daarnaast een enorme talenknobbel! Tijdens de oorlog ving haar familie Duitse soldaten op, waardoor ze perfect Duits heeft leren spreken. Na de Duitsers, kwamen de Engelsen bij ze, waardoor ze naast Duits ook Engels heeft leren spreken.

Na de oorlog was er een periode van wederopbouw, zoals mevrouw dit uitlegt. Helaas kwam daar in 1953 verandering in. De watersnoodramp deed zich voor. Als 19-jarig meisje was ze bang, heel bang. De dieren waren sinds de voorgaande nacht onrustig geweest en mevrouw voelde zich anders dan andere dagen. Ze vertelt dat het hard aan het waaien was die dag en het water hoog stond. Uit voorzorg werden de koeien naar een nabijgelegen plek, dichtbij Ossenisse, maar dieper het land in vervoerd. Rond middernacht werd ze wakker gemaakt, ze moesten vluchten, want het water stond hoog en kwam dichtbij. Ze vluchtten met het gezin naar de kerk, het hoogste punt van het dorp. Samen met andere gezinnen bleven ze de nacht wakker. Vanuit de kerk zagen ze het licht van de volle maan op het water schijnen, het water wat steeds dichter en dichterbij kwam.

Ze vertelt geluk te hebben dat ze hier nog zit en het kan navertellen. Maar de tijden na de watersnoodramp waren voor haar net zo heftig als de tijden na de oorlog. De oogst was mislukt, alles was namelijk ondergelopen met het zilte water. Het vee stond op een andere plek, vanwege de overstroming. Het was een lastige periode wat voor samenhorigheid zorgde. Mensen zorgden voor elkaar en de band was sterk. Samen zorgden ze ervoor dat ze door deze tijden heen kwamen.

Waarom ik jullie dit verhaal vertel? Zoals ik begon, eergisteren stond er een stukje in de PZC over de watersnoodramp. Mevrouw schoof de krant naar mij toe, nadat ik een bakje koffie voor haar had gemaakt en naast haar aan de tafel was gaan zitten. 'Lees dit.', zei ze. Ik las het aandachtig en vroeg haar: 'Jij hebt dit ook meegemaakt toch?'. Ze knikte, waarna het verhaal kwam. De storm van vorige week heeft bij een aantal dementerende cliënten wat teweeggebracht, angst, toenemende warrigheid en onrust, mensen raakten in de bonen. De watersnoodramp is een gebeurtenis die bij zulke weersomstandigheden terug naar boven komt.

Ik kan het me niet voorstellen, wil het me niet voorstellen hoe deze tijden geweest moeten zijn en wat een enorme angst er nog altijd schuilt in de desbetreffende generatie. Daarentegen heeft het ook mooie dingen met zich meegebracht, een gevoel van samen zijn, de samenhorigheid en elkaar helpen. 

Waar wreedheid en angst samenkomen met pracht. Ongelofelijk.