Die stomme deur

06-01-2019

ALTIJD wanneer ik bij iemand aanbel en diegene opent de deur niet, krijg ik zweethandjes. Niet zozeer omdat ik niet de tijd heb om te wachten, maar omdat in mijn verpleegkundig hoofd de radartjes sneller beginnen draaien en de doemscenario's stuk voor stuk in mijn hoofd voorbij schieten.

Ik sta voor een vrijstaand huis in een klein dorpje en bel aan bij een cliënt die waar ik nog niet eerder ben geweest. Het is mijn eerste bezoek waarbij ik de zorg zal uitvoeren en het intakegesprek zal voeren. Al tweemaal heb ik aangebeld, maar niemand komt de deur openen. Alle gordijnen zijn nog dicht, wat vreemd is, want het is al elf uur in de ochtend... Ik besluit om als een mini spion me een weg te banen door alle bomen en struiken en de achterdeur te proberen. Tevergeefs, nog op slot. Contactpersonen om te bellen zijn er niet, mevrouw heeft namelijk geen familie. Ik besluit bij de buren aan te bellen en deze doen gelukkig de deur open. Ik leg mijn verhaal uit en vraag of deze buurvrouw mij kan helpen. Ja, dat kan ze! Een van de andere buren heeft namelijk een sleutel. Met veel hoop bellen we aan bij de andere buur, die direct met de sleutel van de achterdeur aankomt. Samen stappen we op het huis van de cliënt af.

Terwijl ik de sleutel in het slot draai, zie ik door het kleine kiertje tussen de gordijnen twee beentjes op de grond spartelen. 'Fack.', glipt er door mijn lippen door. Ik kijk de buurvrouw aan die mij hielp aan de sleutel. 'Ze ligt op de grond, voor de achterdeur, dus ze blokkeert deze. Hebben we geen voordeursleutel?'. Geen voordeursleutel. Ondertussen heeft de andere buurvrouw op commando van mij de politie gebeld die er binnen tien minuutjes is. Door het kiertje van de deur hebben we contact met mevrouw. Ze klinkt verward, begrijpt niet wat er aan de hand is en blijft op de achterdeur bonken met haar vuist. Wanneer de politie arriveert wordt een raampje ingetikt waardoor we binnen kunnen.

Dan pas wordt de ernst van de situatie zichtbaar en wordt direct een ambulance opgeroepen. Mevrouw ligt op de grond, met allebei haar magere beentjes in een positie die niet gezond te noemen is. Ze heeft haar urine en ontlasting laten lopen en ligt tegen een bloedhete kachel aan. 28 graden zie ik op de thermostaat staan. Shit shit shit shit, hoe lang ligt ze al tegen die hete kachel aan?! Ze slaat wartaal uit, begrijpt niet waar ze is, wat er gebeurd, wie wij zijn en begint te krijsen. Met alle liefde proberen we haar te kalmeren, natte washandjes op haar voorhoofd te leggen en proberen we haar zachtjes een stukje van de kachel te schuiven. Haar pyjama is drijfnat, niet alleen van het zweet, ze heeft een brandwond op haar rug, een blaas zo groot als de oppervlakte van een watermeloen.

Ze krijst vreselijk, het gaat door merg en been heen. We bieden eerste hulp en zijn in afwachting van de ambulance. Ondertussen pak ik haar volledige medische voorgeschiedenis en haar medicatielijst erbij voor het ambulancepersoneel. Deze arriveren, net als de politie, snel. Als een geolied team bieden we zorg aan mevrouw en zorgen dat ze veilig op de brancard in de ambulance terechtkomt. Contactpersonen hebben we nog altijd niet, dus de buurvrouw neemt deze taak op zich.

Nadat de politie en ambulance zijn vertrokken, maak ik nog een praatje met beide buren en bedank ze voor hun inzet. Zonder deze mensen, zonder sociale controle en zonder de goedheid van deze mensen hadden we deze mevrouw niet zo snel kunnen helpen. Deze mensen verdienen dan ook een enorm compliment.

Helaas is het niet goed afgelopen, ondanks het snelle handelen en de goede zorgen in het ziekenhuis. Mevrouw is een aantal dagen later helaas overleden. Als zorgprofessional weet je dat deze dingen gebeuren, maar toch, gevallen zoals deze zetten me iedere keer weer met beide benen op de grond.