Dwalende gedachten

22-08-2017

Ik heb een mooi beroep, prachtig zelfs. Maar sommige dagen kom ik thuis met de vraag 'Wat bezielt me om dit te doen?'. Ik haat deze dagen. De gedachte dat ik het liefst zo snel mogelijk uit de gezondheidszorg zou stappen dwaalt zo nu en dan door mijn hoofd. Dwalende gedachten noem ik ze, wetend dat ze niet kloppen, maar er wel zijn.

U vraagt zich waarschijnlijk af wat ik bedoel met deze dwalende gedachten en welke kant ik op wil gaan met deze blog. Afgelopen week had ik weer zo'n dag dat het me niet lekker zat. Teveel hectische momenten, teveel ingrijpende gebeurtenissen en te veel druk. Op deze momenten haat ik mijn beroep vanuit het diepste van mijn hart. Ik laat de diversiteit aan beroepen even aan de kant. Want of ik nu spreek vanuit een chirurg, oncoloog, gespecialiseerd verpleegkundige op een cardiologie afdeling, een verpleegkundige in de thuiszorg of een verzorgende op een verpleeghuisafdeling, ik denk dat ik unaniem voor al deze professionals mag zeggen dat wij de zorg in zijn gegaan om mensen te helpen en om voor ze te zorgen. En dat, dat is precies hetgeen wat deze sector zo killing kan maken.

Ik neem jullie een dagje mee in een 'normale' werkdag van mij. Zoals jullie misschien al weten heb ik een niet bepaald prettig ochtendhumeur. Laten we het zo stellen dat er in het eerste uur dat ik wakker ben niet één woord uit mijn mond komt. Ik sleep mezelf dan ook uit bed om aan de dag te beginnen. Vandaag heb ik dienst in de ochtend en de avond, waarbij ik de verantwoordelijkheid draag over vele cliënten en 's avonds bereikbaar ben voor oproepen vanuit mijn eigen wijk en mogelijk vanuit andere wijken. De wekker gaat om half 7, douchen, ontbijten en ondertussen mijn mail en berichten checken. Er staan een aantal verzoeken open om nieuwe indicaties te stellen of verouderde indicaties bij te stellen én er staan verzoeken om afspraken in te plannen. Om half 8 sta ik bij de eerste cliënt voor de deur (jawel, precies een uur nadat ik ben opgestaan dus het eerste woord kan ik uitbrengen). Het belooft een zware dag te worden, dementiële beelden, oncologische wondzorg en palliatieve zorg. Mijn ochtendronde loopt uit tot halftwee en verdikkeme ik heb geen middageten mee. Tussendoor een appeltje gegeten en het enige wat nog in mijn tas zit is een banaan (daar gaan mijn gains!). Ik besluit in de middag nog de stapel indicaties deels weg te werken, kom om vier uur thuis, snel douchen en een boterham naar binnen duwen om vervolgens om vijf uur bij de eerste avond-cliënt op de stoep te staan. Om kwart over negen ben ik thuis, een vroegertje, dacht ik. Om kwart over tien gaat de telefoon, ik kan nog uitrukken. Om halftwaalf lig ik in bed en kan de volgende dag de vroege in.

Een vriendinnetje vertelde mij laatst: 'Zorgmensen, vreemde vogels eigenlijk, ze weten tot in detail hoe ze voor anderen moeten zorgen, maar voor zichzelf zorgen, ho maar!'. Ik kan haar geen ongelijk geven, want eerlijk is eerlijk, ik laat mijn boterhammetje ook liggen als ik weet dat er cliënten op mij zitten te wachten en ik blijf ook dat kwartiertje langer bij een cliënt als ik weet dat ik ze op die manier kan ondersteunen of een dragelijkere dag kan geven. Zou u zomaar kunnen opstaan terwijl een cliënt u in tranen vertelt hoe hij zijn vrouw is verloren? Ik mag hopen van niet. Dat is precies wat ik in het begin bedoelde met deze sector is killing. Het beste voor je cliënt willen, maar jezelf daarin vergeten.

Dilemma's waar ik dagelijks mee moet omgaan. Leven op een paar boterhammen, een appel en banaan, is het gezond? Nee, absoluut niet. Of ik het op deze manier lang volhoud in de sector? Zeker niet. Gisteren lag ik nog met een migraineaanval in bed. Of ik vind dat de zaken binnen de zorgsector goed geregeld is? Hell no. Die dilemma's zorgen voor die dwalende gedachten. Maar dilemma's zijn er om af te wegen en op te lossen. Om te zorgen dat die dwalende gedachten wegtrekken. Om te zorgen dat we zowel voor onze cliënten als voor onszelf zorgen en we zorgen dat er meer jonge instroom aan zorgprofessionals komt. Zorgen dat we het mooie in het vak opnieuw belichten. Want als u mij op het einde van de dag zou vragen: 'Is dit het beroep wat je tot je laatste werkdag zou willen uitvoeren?', dan zeg ik volmondig en zonder twijfel: 'Met alle liefde die ik in mij heb, tot de allerlaatste dag!'.