Hij heeft een hakmes naast zijn bed

09-09-2018

Een wat heeft hij naast zijn bed? Op intake kom je soms gekke dingen tegen, maar dit slaat tot nu toe alles. Een hakmes naast zijn bed, halleluja.

De aanvraag lijkt vrij simpel: 'De overbelaste dochter kan de zorg voor haar vader niet langer op zich nemen. Dochter werkt fulltime, heeft een gezin om voor te zorgen en helpt haar vader zeven dagen in de week. Kunnen jullie iets betekenen in deze casus?'. 'Natuurlijk', is mijn antwoord. Zoals ik het hoor van de praktijkondersteuner zijn we hard nodig in deze casus.

De zorg wordt dan ook snel opgestart. Donderdag krijg ik de aanvraag binnen en vrijdag zit ik op intake. Ik heb van de praktijkondersteuner de medische voorgeschiedenis doorgekregen. Vooral op het cognitieve stuk schort het bij deze meneer. Hoppatee ik spring in de auto naar meneer toe. Een vriendin van meneer opent de deur nadat ik heb aangebeld. 'Goedemorgen, u bent de zuster waar Sjaak zijn dochter mee heeft gesproken?'. Ik knik en begroet haar. Op de bank zit onze nieuwe cliënt.

Een tengere man, hij ziet er op het eerste gezicht 'gezond' uit, tot ik mij aan hem voorstel. Ik zie direct de onrust in zijn gezicht ontstaan en hij schuifelt onrustig in zijn stoel. 'Wie ben jij en wat kom je hier doen?', vraagt hij. Ik merk een stukje achterdochtigheid op. Op een rustige manier wijs ik naar het witte zusterpak dat ik aanheb: 'Kijk, ik heb een zusterpak aan, ik ben verpleegkundige.'. 'Oh.', is zijn antwoord. Ik probeer een gesprekje met hem aan te knopen, maar hij kan geen antwoord geven op simpele vragen en maakt fantasieverhalen op. Persoonlijk vind ik het tijdens een intake het prettigst om in gesprek te gaan met de cliënt en zo de informatie in te winnen om te voldoen aan de zorgvraag, maar bij deze casus lijkt het niets op te gaan leveren. Na al mijn pogingen wend ik me tot de vriendin en vraag bij haar de belangrijke zaken na.

Alle informatie die ik nodig heb, heb ik verzameld. Het blijkt dat meneer erg angstig en achterdochtig is. De vriendin geeft aan dat ze denkt dat hij niet altijd de deur voor ons zal openen. 'Oei, dat zou voor problemen kunnen zorgen', denk ik. Ik kijk naar de deur en zie dat hij vier sloten op de deur heeft zitten. 'Wanneer meneer thuis is, gebruikt hij dan alle sloten?'. 'Ja', krijg ik als antwoord. 'Hij heeft ook een hakmes en knuppel naast zijn bed liggen, voor het geval dat.'. Nou, stomverbaasd ben ik, dit heb ik nog nooit meegemaakt. 'Pardon, een wat?'. Ik vraag of dat hakmes en die knuppel direct weggehaald kunnen worden, aangezien het voor ons veilig moet zijn als we zorg gaan leveren. Dit zijn ze niet direct van plan.

Met een slecht onderbuikgevoel verlaat ik het appartement van meneer en bel direct de praktijkondersteuner wanneer ik in mijn auto zit. 'Een hakmes?!', zegt ze gechoqueerd. 'JA EEN HAKMES! WAT MOET IK HIERMEE?'. Beiden schieten we wat ongemakkelijk in de lach van ongeloof. 'Tijdens de intake werd aangegeven dat ze zelf al over opname hebben nagedacht, zullen we kijken of een spoedaanvraag bij het CIZ mogelijk is? Zou jij dat verder kunnen oppakken met de familie?', vraag ik de praktijkondersteuner. 'Ja goed plan, ik bel direct de dochter van meneer, dit kan echt niet.'.

Maar nu he, een indicatie voor opname is niet 1, 2, 3, geregeld. Ik heb al toegezegd om zorg te leveren bij deze meneer en wil niet direct terugtrekken vanwege het mogelijke gevaar, maar het zit me niet lekker. Zelf ben ik het weekend vrij, dus zal er een collega naartoe moeten. Ik zie de doemscenario's en krantenkoppen in mijn hoofd verschijnen: "VERPLEEGKUNDIGE GESTOKEN MET HAKMES DOOR DEMENTERENDE MAN.".

Ik besluit het weekend te overbruggen met de oplossing om twee collega's tegelijk te sturen, mocht er iets gebeuren, zijn ze niet alleen. Eerlijk waar, ik heb er het weekend slecht van geslapen, echt, het zat me niet lekker. I know, je moet je werk niet meenemen naar huis, maar dit vond ik echt niet chill. Zaterdag en zondag bel ik voor de zekerheid toch de collega's die bij meneer zijn geweest. Hij had onrust in zijn lichaam, maar liet alles over zich heenkomen en werkte goed mee. Een opluchting voor mij. Maandag bel ik de praktijkondersteuner; de spoedaanvraag ligt al bij het CIZ en ze komen zo spoedig mogelijk bij meneer langs voor een gesprek.

Momenteel leveren we al een aantal weken zorg bij meneer en meneer laat ons goed toe. Het hakmes en de knuppel zijn netjes opgeruimd. Wel maak ik me zorgen om meneer. Hij zit de hele dag alleen, heeft behalve de vriendin en dochter geen sociale contacten en maakt vele fantasieverhalen op. Ook krijgen we geen grip op de situatie, we kunnen hem namelijk niet de begeleiding en ondersteuning bieden vanuit de wijkverpleging en hij laat het niet toe dat we hem helpen met de dagelijkse verzorging. Het CIZ is ondertussen geweest voor een gesprek en hebben een ZZP5 afgegeven (hiermee kan hij worden opgenomen op een psychogeriatrische afdeling, ofwel een afdeling met gesloten deuren). Meneer wil, maar de overbelaste dochter en de vriendin willen meneer niet 'tussen de dementen' hebben.

Pittige gesprekken volgen. Wij, als zorgprofessionals, kijken vanuit onze expertise naar deze meneer en zien een meneer die wordt tekortgeschoten. Hij krijgt niet wat hij nodig heeft en vereenzaamd. Familie en vrienden zien dit soms anders, net als in deze casus. 'Tussen de dementen?! Daar is hij nog veel te goed voor!'. We proberen de familie uit te leggen dat we hem nu een plekje kunnen bieden waar hij het goed gaat hebben, waar hij de aandacht en begeleiding krijgt die hij zo hard nodig heeft en verdiend en waar hij niet angstig hoeft te zijn. Ik leg uit dat er in deze casussen vaak een spoedopname volgt indien de persoon thuis blijft wonen en het fout gaat en dat dat geen prettige weg is om te bewandelen.

We kunnen de dochter en vriendin niet overtuigen met onze argumenten... Dat maakt dat wij zorg bij meneer thuis blijven leveren, zolang hij het toelaat en zolang het hakmes en de knuppel wegblijven. Multidisciplinaire overleggen zullen maandelijks blijven volgen om de voortgang te monitoren en in te springen op veranderingen in gedrag.

Uiteindelijk willen we allemaal het beste voor meneer.