Hoe ze je kapot kunnen maken

11-06-2018

Zes jaar geleden. 17 jaar. Doodziek. De kinderarts kwam aan het einde van mijn bed staan en vertelde me: 'Duidelijk. Het zit in dat hoofd van jou.'

Ja, dat was ik. 17 jaar, eindejaars havo student met twee extra vakken. Hoe ik mezelf zou omschrijven in die tijd? Ambitieus, doelgericht, stilletjes, teruggetrokken, maar vrij van geest. Op de middelbare was ik het studiebolletje, liefst haalde ik cijfers boven de acht, nam ik alle extra vakken aan die ik erbij kon nemen en studeerde ik als een malle. Die mentaliteit heb ik aangeleerd gekregen van mijn ouders. Ze waren niet streng, maar wilden wel graag dat ik presteerde en hielpen daar dag en nacht bij wanneer het nodig was.

Halverwege het schooljaar gebeurde het, ik voelde me ziekjes. Dat kan iedereen overkomen, maar dat 'ziekjes' voelen werd erger in plaats van beter. Eten ging gepaard met veel pijn in mijn buik, ik was futloos, kon mijn bed niet uit zonder hulp. Ik werd na een aantal weken opgenomen op de kinderafdeling van het ziekenhuis. Daar bleef het niet bij, ook twee andere ziekenhuizen heb ik van de binnenkant gezien in die periode.

Ik was ondervoed, 46 kilo met een lengte van bijna 1.75. Dat was er van me overgebleven. De meid die zo ambitieus was, zo graag presteerde, zo graag karate deed en een extra sportklas volgde op school. 46 kilo, een geraamte met een zieltje vanbinnen. Een zieltje wat werd uitgebrand in het ziekenhuis.

Ik leerde hier hoe je weggezet kan worden alsof je niks bent. Hoe er misbruik gemaakt kan worden van de situatie waarin je als mens, kind, zijnde verkeerd. Hoe er op je familie ingepraat kan worden. Hoe ze je gedachtegang kunnen proberen te veranderen. Hoe ze je dingen kunnen aanpraten en kunnen laten geloven. Hoe je je geen mens, kind, meer kan voelen. Hoe je kapot gemaakt kan worden.

Ik lag in het ziekenhuisbed, mijn moeder hielp me met douchen. Beschamend vond ik het. Natuurlijk het is mijn eigen moeder, maar ik was tiener en op die leeftijd wil je niet dat je moeder je moet helpen met douchen. Iedere dag zat mijn moeder, vader, oma of opa naast me aan het bed. Zoveel pijn. Ik moest rechterop zitten in bed van de zorg, want liggen is niet goed voor je. Ik kon niet, viel flauw, maar het moest. Dat zou wel helpen. Ik moest meer activeren, want ik lag hele dagen in dat bed, ik moest. Dat zou wel helpen. Dit doodzieke kind moest op een facking fiets stappen in de sportzaal, want ik zou moeten activeren. Reminder: Ik kon niet eens zelf douchen. Ik sportte ontzettend graag, hoeveel pijn denk je dat het deed om niet eens drie minuten op die fiets te kunnen zitten zonder neer te gaan? Het deed ze niks. Er kwam een psycholoog aan mijn bed: 'Dat sporten, karate, extra sportklas, dat deed je zeker om af te vallen altijd?'. Ik voelde me niet gehoord. Ik kreeg mijn pijnmedicatie niet tijdens pijnaanvallen en werd wakker gemaakt wanneer ik sliep.

Onderzoeken kwamen op gang. Bloedprikken wees volgens de kinderarts geen gekke dingen uit. Gastroscopie, coloscopie, buis in m'n strot en kont, endoscopie. Nog beschamender, maar nee alles was oké volgens de kinderarts. De kinderarts stond aan het einde van mijn bed, een flink forse vrouw was ze. Ze hield de stang van mijn bed vast en boog zich wat voorover:

'We hebben alles in jou onderzocht, je maag, je darmen, je lever, alvleesklier. Maar er is niks te vinden, he. Ik kan verder niks meer onderzoeken, of ben ik iets in je buik vergeten volgens jou?', ze keek me neerbuigend aan tijdens het uitspreken van die laatste zin. Ik had oprecht geen energie om hiertegen in te gaan en zei 'Nee.'. 'Duidelijk. Het zit in dat hoofd van jou.', vertelde ze me. Mijn ouders zaten naast me toen deze zin uit haar mond kwam. Ik heb me in heel mijn leven nog nooit zo gefaald gevoeld. Ze liep weg, ik werd ontslagen met een 'burn-out'. Machteloos stond zowel ik als mijn familie in deze situatie. Wat moet je doen?

Maanden later kwam ik erachter dat diezelfde kinderarts mij in de tijd van mijn opname had ingeschreven op de PAAZ- afdeling van het ziekenhuis. Dat was de druppel voor mij. Hoe kan het zijn dat er zo met je gespeeld wordt. Alsof je een onzinverhaal zit te vertellen, een sprookje met een bitter einde. Alsof ik voor mijn lol in dat ziekenhuis lag. Alsof ik zelf mijn schooljaar wilde stopzetten. Alsof ik er zelf voor had gekozen het grootste deel van mijn vriendinnen in die periode te verliezen. Alsof ik zelf wilde stoppen met mijn heerlijke tienerleventje. Alsof ik er zelf voor had gekozen dat de oorzaak zo lastig te vinden was. Alsof ik er zelf voor had gekozen drie keer kritiek te liggen. Alsof ik het fijn vond zoveel pijn te hebben.

Dit is waar ik me zo ontiegelijk kwaad over kan maken tot in het binnenste van mijn hart. Niet omdat het om mijn verleden gaat, dat boeit niet meer, want ik zit het hier te vertellen. Het gaat me erom dat patiënten soms gewoon niet gehoord worden. De persoon wordt vergeten. De familie rondom wordt vergeten. Er wordt vergeten dat het geen keuze is om in dat ziekenhuisbed te belanden. En ja, de ene patiënt ligt je beter dan de andere. True that. Maar iedere patiënt is een patiënt met een verhaal en een patiënt die oprechte aandacht verdient en het verdient om te weten wat er aan de hand is.

Of ik het die desbetreffende kinderarts kwalijk neem? Zeker. Of ik een wrok heb voor deze kinderarts? Nou en of. Of het me nog in de weg staat? Nee, want het heeft me gemaakt wie ik ben. Het laat me zo keihard knokken voor betere zorg waar dan ook op deze aardbol. Dus bij deze: bedankt kinderarts. Je hebt me gemaakt tot wie ik vandaag de dag ben.

Alsjeblieft iedereen, behandel je patiënt als mens en niet als nummer. Het is en blijft een mens, hoe ziek, beroerd, leuk, vervelend, akelig of veeleisend diegene ook is. Beloof het me. Het is een mens. En vergeet nooit:

JIJ bent degene die ze nodig hebben.

JIJ bent degene waar ze vertrouwen in hebben.

JIJ bent het lichtpuntje.