In welk jaar leven we? '1973.'

29-04-2018

Soms kom je als zorgverlener plots in een complexe situatie terecht. Of het dan gaat om acute zorg die verleend moet worden of een gecompliceerde casuïstiek die niet direct levensbedreigend is, beiden hebben de volle aandacht nodig.

Een aanmelding voor zorg komt binnen van de GGD, de gemeentelijke gezondheidsdienst. Het is de eerste keer sinds ik als wijkverpleegkundige werk dat ik een aanmelding krijg van de GGD. Dus ik ben super enthousiast! De overdracht is netjes vanuit de GGD en in samenspraak met mijn collega nemen we de toekomstige cliënten aan. Diezelfde dag ga ik samen met mijn collega op intake. Het betreft de volgende aanmelding:

  • Zorg voor een (nog niet gediagnosticeerde) dementerende mevrouw. Er zou sprake zijn van een zelfzorgtekort en een vervuilde leefomgeving. Daarnaast krijg ik door dat mevrouw er mager uit ziet.
  • Naast de zorg voor deze mevrouw krijgen we direct een aanmelding voor een meneer, haar stiefzoon. Een man waarbij uitzaaiingen van een primaire tumor zijn geconstateerd. Hij is verzwakt en graag zou de GGD ons inschakelen om de mogelijkheden voor opstarten van zorg door te nemen.

We hebben met de stiefzoon afgesproken dat we eerst het gesprek met hem gaan, waarna we de straat oversteken om met zijn stiefmoeder te spreken. Het is een schrijnende situatie. Het huis van beide mensen is flink vervuild, beiden lijken de situatie te onderschatten. Ook loopt er een meisje van zestien jaar rond, het is de dochter van meneer. Zij is degene die nu het huishouden op zich neemt, kookt, voor haar oma zorgt én studeert. Schijnend, dat mogen we niet laten gebeuren. We springen dan ook in en beloven spoedig de zorg te starten. Bij zowel mij als mijn collega gaan alle alarmbellen rinkelen. We schakelen direct na het gesprek de POH (praktijkondersteuner van de huisarts) in. Samen met haar ga ik een aantal dagen later terug op gesprek bij de familie.

Meneer houdt de zorg af. 'Schaamte', vertelt hij. In zo'n situatie kan je twee dingen doen, of je gaat pushen om de zorg alsnog in te zetten, of je stemt in en houdt vinger aan de pols. Dat laatste is waar we voor kiezen. Wel schakelen we de WMO (Wet maatschappelijke ondersteuning) bij de gemeente in om huishoudelijke hulp te regelen.

We zijn benieuwd hoe de familie is aangemeld bij de GGD. Dit vragen we aan meneer. Hij moet een beetje lachen. Het verhaal is als volgt: de stiefmoeder had besloten een stukje te gaan rijden in de auto, 'een stukje'. Na 24 uur was ze nog niet thuis, waarna ze is opgegeven als vermist. Een dag later werd ze zevenhonderd kilometer verder gevonden in haar autootje. 'Ze was verdwaald.', weet de stiefzoon met enig sarcasme te vertellen. De politie heeft hierna direct de GGD ingeschakeld.

Na dit verhaal gehoord te hebben, gaan we naar de stiefmoeder. Voor ik samen met de POH op gesprek ga, hebben we overleg gepleegd over de casus. We hebben besloten om een MMSE af te nemen. Dit houdt in dat we de cognitie van mevrouw gaan testen. Het zijn doorgaans normale vragen die we stellen. We beginnen met de vraag in welk jaar we nu leven: '1973.', weet ze te vertellen. Oke, en in welke provincie leven we? 'Nederland.'. De volgende vragen volgen en verbijsterd kijk ik voor me uit wanneer er geen enkele vraag juist wordt beantwoord.

Na afloop ga ik opnieuw in overleg met de POH, we besluiten de huisarts langs te gaan sturen, de geriater op consult te vragen, de WMO voor huishoudelijke hulp in te schakelen, dagbehandeling op te starten, maaltijdservice in te zetten en passende zorg vanuit ons wijkteam te leveren.

Zo zie je maar. Zorg kan je niet zonder elkaar regelen. Er zijn in deze gevallen vele andere expertises nodig en samen kun je zo de best passende zorg voor een persoon leveren. Sterke lijnen creëren en onderhouden met andere zorgprofessionals is hierbij van groot belang. Achter de schermen gebeurt er dan ook stukken meer dan je in eerste instantie zou denken. Maar 'het gebeuren achter de schermen' is net zo belangrijk als hetgeen wat voor de schermen gebeurd. We doen het namelijk samen.