Individualistisch of collectief?

21-09-2017

Het is koffietijd en ik zit te wachten in het ziekenhuis op mijn afspraak bij de managers om te babbelen over onder andere de werving van jonge zorgprofessionals. Een oudere meneer vraagt mij netjes of hij bij mij aan de tafel mag komen zitten. Natuurlijk meneer.

KOFFIETIJD! Voorheen dronk ik nooit koffie, ranzig, bah ik moest er niks van weten. Maar ja he, de thuiszorg brengt wonderen met zich mee. Vaak sla ik een bakje thee of koffie af, voel me bezwaard om het aan te nemen. In sommige gevallen staat de koffiekan al klaar en voelt het onbeschoft om het af te slaan. Dan moet je wel geloven aan die bak koffie. Oh mensen, wat heb ik afgezien bij die eerste bakken koffie! Gatsiedarrie! Oké, nu twee maanden verder en ik lust het, het was even doorbijten, maar ik waardeer een bakkie koffie nu.

Zo ook de meneer die vriendelijk vraagt of hij aan het tafeltje mag zitten waar ik mij gestationeerd heb. Mijn laptop, tablet, werk- en privételefoon liggen verspreid over de tafel, eerst maar eens een beetje plek maken voor deze vriendelijke meneer. In zijn achteruit manoeuvreert hij zich met zijn rollator op het bankje. 'Ligt de krant hier ook?'. 'Ik zal eens zoeken voor u meneer.'. Na een ellelange zoektocht vind ik een krant, hij ziet er gelukkig uit met zijn krantje. Het bakje koffie staat op zijn rollator op hem te wachten. Met alle voorzichtigheid probeert hij het bakje koffie van zijn rollator op tafel te zetten. In mijn gedachte gaat het fout, en jawel, het bakje koffie valt om. Gelukkig niet op zijn huid. De anderen kijken toe. 'Ik loop eventjes om een doekje voor u, ik ben zo terug.'.

De schaamte is van zijn gezicht af te lezen. Ik heb met deze man te doen. Hij wil helpen met opruimen, maar het lukt niet. 'Ach meneer, blijft u maar lekker zitten, het is zo gepiept. Is het toch niet op u gevallen, de warme koffie?'. De meneer antwoord van niet. Zusterpakje aan of niet, de medemens helpen is een kleine moeite en erg waardevol. Ik zet mezelf naast de man om hem met een glimlach aan te kijken. 'Het kan iedereen overkomen.', stel ik hem gerust. 'Meisje, dankjewel voor de hulp. Oud zijn is niks. 91 jaar ben ik al, dat is al heel wat he. Niet alles zonder mankementjes, dat komt met de jaren. Nee, oud zijn is niks.'. 'Ik begrijp u.' (deze uitspraak komt mij namelijk niet onbekend voor vanuit de thuiszorg), antwoord ik. Meneer lacht vriendelijk en we raken in gesprek. Ik sluit mijn laptop, tablet en zet mijn telefoons op stil. Deze meneer heeft duidelijk behoefte aan iemand om mee te babbelen.

Dat zo'n kleine verrichting zoveel impact op een mens kan hebben. Deze meneer liet duidelijk blijken dat het kleine beetje hulp hem van grote waarde was. Wat voor mij als een normale actie wordt gezien, is dat blijkbaar niet voor iedereen. Mensen kijken toe, draaien het gezicht om om niet te hoeven helpen of lopen weg. De medemens helpen. Eens wat vaker rond ons kijken en niet zo individualistisch leven, maar wat meer als een samenleving, collectief. Hoe kan het toch dat dit zo uit ons systeem aan het raken is. Gekluisterd aan die stomme telefoons, alsof de 'echte' wereld niet meer bestaat. Wat had u gedaan? Deze meneer geholpen en een goede dag bezorgd, of was u degene geweest die het hoofd omdraaide en deze man achterliet met het probleem? Iets om eens goed over na te denken, denk ik.