Kan er iedere dag zo'n zuster komen?

14-10-2018

Een van onze leerlingen start de zorg bij een nieuwe cliënt op en ik houd mijn werktelefoon 's avonds bij te hand voor het geval ze vragen heeft. Jawel! Ik word gebeld om een uurtje of negen. Ze facetimed (ohjawel dat kunnen wij in de wijkzorg) om wat informatie te vragen terwijl ze bij de cliënt zit. Erg fijn dat ze dit doet, het stelt op die manier haarzelf en de cliënt gerust. Aan het einde van het gesprek zwaai ik naar onze leerling en naar onze nieuwe cliënt.

Een dag later sta ik zelf op de stoep bij deze meneer om zijn wond op zijn been te verzorgen en om de intake uit te voeren. Ik moet even zoeken naar het huisje, of beter gezegd, mini-kaveltje in het midden van de stad. De tuin staat vol met struiken en bloementjes. Ik bel aan en na enige tijd opent een oud mannetje de deur. WAT EEN CUTIE, denk ik, maar ik houd mijn enthousiasme in bedwang. Ik geef hem een hand en hij houdt mijn hand met zijn beide handen stevig vast. 'Goedemorgen meneer. Ik ben Esmée, ik kom uw wond verzorgen. Het was even zoeken voor ik uw huisje had gevonden, maar wat woont u hier mooi zeg!', hij straalt. 'Wat een mooie zuster. Wat heb ik geluk vandaag.', hij moet lachen. 'Herkent u mij nog van gisteren aan de telefoon? Ik zwaaide naar u.'. Hij denkt diep na, maar er komt niks van herkenning naar boven zie ik in zijn ogen. Ik stap zijn woonkamer in en zie direct de vele foto's aan de muren en op de tafels staan. Ik loop op de eetkamertafel af, waar een stuk stroopwafel en een nogal enorme kop koffie staat. 'U houdt wel van koffie zie ik', zeg ik lacherig. 'Ja, dit is de beste, wil je ook? Ik heb ook een stroopwafel voor je.'. 'Dat kan ik niet afslaan hoor!'.

Terwijl hij in de keuken een bakje koffie maakt, raken we aan de praat. Over hoe lang hij hier al woont, over zijn overleden vrouw en zijn overleden dochter. Terwijl hij vertelt loop ik als een inspecteur door zijn woonkamer. Uit de woonomgeving van een cliënt kan ik al veel gespreksstof en informatie halen. 'Is dit uw vrouw op deze foto?'. 'Ja, ze is overleden.'. 'Wat een prachtige vrouw heeft u gehad.'. Vanuit de keuken blijft het stil. Ik loop terug naar de keuken om hem daar starend naar de muur aan te treffen, met waterige ogen. 'Ze was een pracht. Ik mis haar iedere dag.'. Ik loop naar hem toe en omarm hem, terwijl ik hem nog geen tien minuten ken. Hij waardeert het zichtbaar. Ik lach naar hem en vertel hem dat hij heeft geboft met zo'n vrouw. Knikkend zet hij een bakje koffie voor me.

Samen lopen we naar de eetkamertafel, waar hij me de stroopwafel aanbiedt. 'Hier zuster, een stroopwafel voor je.'. Ik geeft een knikje en bedank hem. We praten door, gaandeweg het gesprek kom ik veel over hem te weten. Nadat het bakje op is, verzorg ik zijn wond en ga nog even terug op de stoel zitten. 'Zuster?'. 'Ja meneer?'. 'Kun je vaker een bakje koffie met mij drinken als je komt?'.

Hij is 94 jaar, eenzaam, zijn cognitie vertoont hiaten tijdens het gesprek, maar zachtaardig en kwetsbaar is hij. Eenzaam. Hij mag niet meer autorijden, heeft alleen een wandelstok. Hij vertelt dat zijn kinderen hard werken, niet altijd naar hem toe kunnen komen. Zijn vrienden zijn overleden. Twee dierbare personen in zijn leven zijn weggevallen; zijn vrouw en dochter. 'Zuster, dat kom ik nooit meer te boven op mijn leeftijd.'. Ik heb geen medelijden met hem, medelijden is niet het goede woord, meer bewondering dat hij zich kwetsbaar opstelt en zijn behoeften vertelt. De behoefte om simpel een bakje koffie met een stroopwafel te drinken en te babbelen. Zo'n simpele vraag, maar van een antwoord kan ik hem niet verzekeren. Officieel gezien hoort het bakje koffie niet tot onze taken, alleen de 'echte' taken die we moeten uitvoeren, het verzorgen van de wond, het verzorgen van een stoma, van een katheter, infuuspomp. Het bakje koffie: "Daar zijn we niet voor". Dat klinkt hard, nietwaar?

Helaas. Het zou zoveel eenzame ouderen goed doen. Iemand hebben die luistert, een beetje warmte geeft, een lach, een beetje positieve energie overbrengt en vooral lacht. Lacht en babbelt. Dat is het medicijn wat wonderen zou verrichten. Want eenzaamheid, eenzaamheid moeten we niet onderschatten wat dat met een mens kan doen.