Mientje

17-10-2018

Ze noemt mij Klaartje en ik haar Mientje. Waarom? Geen idee. Het is met de tijd zo gegroeid en ik vind het prima, net zoals zij het prima vindt. Mientje is een kwetsbaar vrouwtje van 74 jaar. Ze heeft COPD en longkanker. Soms lijkt ze te verzuipen in haar eigen vocht, krijgt het bijna niet weggehoest.

De Fentanyl pleisters verhogen. Met de dag lijkt het haar slechter af te gaan. Ik zie hoe ze vandaag met nog meer moeite dan gisteren haar bovenlichaam probeert op te frissen. Ik pak het washandje uit haar handen en hurk voor haar neer: 'Lieverd, je hoeft niet te vechten waar ik bij ben. Met alle liefde neem ik de dingetjes over om te zorgen dat jij wat meer lucht overhoudt.'. Ze probeert een paar woordjes uit haar mond te persen, maar er komt alleen zwaar gehijg en gekuch. Ik sta op, klop en wrijf zachtjes over haar rug. Wat ziet ze toch af.

Het gaat zo een aantal weken door, tot Mientje helemaal op is. ik zie het aan haar, ze kan niet meer. Haar waakzame kat doet geen stap van haar zijde. Mientje wil rust, het is genoeg geweest voor haar. Van de Fentanyl pleister stappen we over op een Midazolam-pomp en Morfine-pomp. Ze wil rustig slapen en daar gaan ik, mijn collega's en de huisarts voor proberen zorgen. Haar kinderen en buurvrouw zijn nauw betrokken bij het proces van de palliatieve sedatie.

We willen allemaal dat ze comfortabel is, maar het wil niet lukken. Ondanks dat we de pompen langzaam, maar gestaagd ophogen, blijft er onrust bij haar bestaan. Ik heb een katheter bij haar ingebracht, misschien dat ze een retentie aan het opbouwen is, maar nee, dit helpt ook niet. Ik vind het sneu, sneu voor Mientje en sneu voor haar kinderen die dachten dat ze door de pompjes gelijk zou slapen en niet meer wakker zou worden. Helaas is dat bij Mientje niet het geval.

Een aantal dagen later is het ons eindelijk gelukt om haar comfortabel te laten zijn en hebben we de juiste dosis aan Midazolam en Morfine gevonden. Haar dikke, oranje kat ligt nu naast haar op bed en maakt iedere keer wanneer ik kom plaats vrij voor mij om op bed te kunnen zitten. Waar ik in de ochtend dacht dat ze comfortabel was, twijfel ik nu in de avond. Ik zie dat ze haar gezicht met momenten grimast, ofwel fronst. Dat is iets wat ik niet graag zie bij mensen die gesedeerd zijn. Het duidt in de meeste gevallen op ongemak.

'Mientje...? Lieverd, gaat het goed met je?'. Terwijl ik dit zeg ben ik op de grond op mijn hurken gaat zitten naast haar bed, mijn gezicht naast het hare en streel ik haar arm. De kat komt dicht tegen haar aanliggen. Ik herhaal het nogmaals: 'Lieve Mientje, lig je lekker?'. Ze begint een beetje te kreunen. Hey! Ze is toch niet zo ver weg als ik dacht. Nogmaals herhaal ik mezelf en pak haar hand vast. 'Mientje, gaat het goed met je?'. Ze opent versuft haar ogen, zegt niks, maar kijk me duf aan. Met veel moeite zegt ze 'Klaartje' en ze laat een klein glimlachje zien.

Het lijkt geromantiseerd, maar het is echt gebeurd. Nadat ze haar kleine glimlach heeft laten zien, sluit ze haar ogen weer. De familie en haar buurvrouw zijn bij dit moment aanwezig. Nadat ze haar ogen heeft gesloten en rustig lijkt te zijn zonder te grimassen praten we even na over dit momentje. Allemaal zijn we het erover eens dat ze ver weg leek, maar toch even zo dichtbij was. "Klaartje": Het was haar laatste woord. De volgende twee dagen heeft ze in een diepe, rustige slaap doorgebracht, waarna ze in alle rust, in het bijzijn van haar kinderen en buurvrouw is overleden.