Positief of negatief?

28-10-2018

Eerlijk is eerlijk, zoals jullie misschien al weten ben ik in de ochtend niet de wakkerste en meest vrolijke persoon op de aardbol. Met mij zijn er zo nog vele, zo ook een cliënt van mij.

Dit is zo'n casus waarbij ik me op het moment dat het voorval gebeurde mezelf niet helemaal meer in de hand kon houden. Uiteindelijk zijn we allemaal mensen met gedachten, gevoelens en gedragingen. Actie reactie. Een zinnetje kan in ons werk veel teweegbrengen, soms positief, soms negatief. Reflecteren is in zulke gevallen naar mijn mening ontzettend belangrijk. Wat er gebeurde in deze casus?

Ik sta voor de deur, het is half acht in de ochtend en ik ben nog niet helemaal wakker. Ik heb de dag ervoor een late dienst gehad en lag pas laat te slapen. Mijn stem moet nog op gang komen, mijn ogen zitten nog halfdicht en mijn hersenen hebben nog een paar minuutjes nodig om goed te functioneren. Ik bel aan bij mijn cliënt. Een dame van eind de zeventig, cognitief prima, reumatisch beeld, blaasproblemen, flinke hartproblemen, diabeet en een verhoogd valrisico.

Tegen de tijd dat de cliënt de deur heeft geopend, voel ik mijn vingers niet meer van de kou. Het is namelijk hartje winter en vrieskoud. Ik wens haar een goedemorgen wanneer ze de deur opent, maar ik krijg geen antwoord terug. Vreemd denk ik, ze antwoordt altijd. Ik stap het huis binnen en zie dat ze al op haar terugweg is richting de woonkamer. Nogmaals wens ik haar een goedemorgen en sluit de deur daarna achter mij.

Ze draait zich om en begint mij zonder pardon uit te schelden. Stomverbaasd kijk ik haar aan en het schiet me gelijk in mijn verkeerde keelgat. 'Wat zeg je me nu?', vraag ik haar met een lichtelijk geïrriteerde ondertoon in mijn stem. De scheldwoorden die ik naar mijn hoofd krijg, bespaar ik jullie. Het kwam er in ieder geval op neer dat ik de deur te langzaam dichtdeed, waardoor het nu koud werd binnen. 'Dat kun je ook op een vriendelijkere manier tegen me zeggen. Uitgescholden worden is niet mijn favoriet.'. Daar is ze het niet meer eens. 'Zo'n snotneus als jij gaat mij niet vertellen wat ik wel en niet kan doen'.

Ik heb het gehad. 'Hier ben ik er klaar mee. Ik wens je een goedemorgen, ben vriendelijk en help je ieder zorgmoment met liefde. Ik denk niet dat je het recht hebt om mij zo uit te schelden en zeker niet op de vroege morgen om zo'n kleinigheid en als je nu nog één scheldwoord laat vallen, draai ik me regelrecht om en mag je het vandaag zelf doen.'. Met wat gemopper en geklaag gaat ze op de bank zitten.

De sfeer is om te snijden. Ik trek mijn jas uit en loop naar haar medicatiekluis. Een beetje koppig ben ik dan ook wel. Ik zal op zulke momenten niet de eerste zijn die vraagt hoe het gaat of overstapt op een ander onderwerp. Ik laat de situatie voor wat het is en begin aan mijn handelingen. Haar medicatie pak ik erbij, draai haar insulinespuit op en pak de spulletjes om haar katheterzak aan te sluiten.

Plots schiet ze in de lach. Uit het niks en ik kijk haar nog meer stomverbaasd aan dan eerst. 'Waarom moet je lachen?', vraag ik. 'Kijk ons nu bezig. We lijken wel kleine kinderen.'. Haar manier om haar excuses aan te bieden prent ik me in mijn hoofd en stem met haar in. 'Ja, we zijn niet zo vriendelijk en volwassen tegen elkaar bezig he.'.

Sinds dit voorval kan ik alles maken bij haar. Alsof cliënten soms willen weten tot hoe ver ze kunnen gaan, waar je grenzen liggen, wat je als grappig en niet grappig opvat, hoe je op bepaalde situaties reageert en hoe kort of lang je lontje is. Achteraf blij dat ik niet ben omgedraaid, maar het zorgmoment heb afgemaakt. Uiteindelijk was het blijkbaar nodig om hechter te worden en heeft het onze cliënt-hulpverlener relatie versterkt. Ze nam hierna de adviezen aan, wilde voorlichting over haar ziektebeelden en na vele pogingen mocht ik haar zelfs helpen met douchen.

Van iets negatiefs iets positiefs maken. Het glas halfvol laten zijn, ook als het halfleeg lijkt.