Rust zacht mooi mens

22-07-2017

De lijkvlekken staan op haar handen. Dit gaat niet goed, dit gaat helemaal niet goed. De machteloosheid slaat toe. Het enige wat ik kan geven is steun, liefde en rust. Emoties uitschakelen en professioneel handelen. De klap komt pas later, mijn eerste sterfgeval van dichtbij.

Op het moment ben ik bijna drie weken werkzaam als wijkverpleegkundige in het mooie West-Zeeuws-Vlaanderen. Prachtig werk, maar zwaar, zowel mentaal als fysiek. We maken lange dagen en pauzes schieten er meerdere malen op een dag bij in, zo ook vandaag. Ik besluit om 11 uur te starten met het wegwerken van een stapel indicaties. Af en toe een hap eten naar binnen werken en we komen de dag wel door. Die stapel moet ten slotte worden weggewerkt. De tijd vliegt voorbij, ik kijk op de klok 'Shit! Vijf uur al?!'. Ik had al bij de eerste avond-cliënt moeten zijn. Ietsje pietsje te hard rijd ik huiswaarts om me snel om te kleden en aan mijn avondronde te beginnen. Ik sta er gelukkig niet alleen voor, twee collega's hebben ook avonddienst in de wijk waar ik werkzaam ben. Tussendoor proberen we elkaar te helpen waar kan. Ook het instructieteam is ingeschakeld deze avond, ik mag namelijk voor de eerste keer een bepaalde complexe handeling uitvoeren. Alles verloopt goed en de glimlach is niet meer van mijn gezicht te krijgen.

Onderweg naar de laatste cliënt. Oeps, ik bedenk me dat ik de SPAZ sleutel ben vergeten, dan maar hopen dat de voordeur openstaat. En jawel, ik heb geluk, ik kan zo binnenglippen. Mijn avond kan niet meer stuk, tot ik de deur van de woonkamer opentrek. Daar ligt ze. In haar bed. Ik hoor het in mijn hoofd schreeuwen 'FAAACK!', het woord schreeuwt heel hard in mijn hoofd. Ik blijf even stil staan, de schrik welt op, maar ik probeer rustig te blijven. Ik zoek naar familie in het huis, kan zo snel niemand vinden. Dan maar een brul geven en jawel met mijn piepstemmetje heb ik toch iemand in huis wakker gemaakt. 'Ik bel de HAP', deel ik mede. Het is ondertussen negen uur in de avond. Deze mevrouw is aan het sterven, daar is maar één blik voor nodig. Professioneel moet ik blijven, emoties aan de kant zetten en doen wat nodig is. De arts heeft het druk wordt mij vertelt, geduld is een schone zaak probeer ik mezelf voor te houden. Wachten is vreselijk, zeker in deze situatie. Ondertussen is er een collegaatje binnengevallen. Met grote ogen kijkt ze me aan, 'Esmée, dit is niet goed..', fluistert ze. 'Nee, ik weet het..', fluister ik terug. We lopen samen naar buiten, laten de familie bij mevrouw en bespreken samen de situatie. Schokkend vinden we beide. Ik heb kippenvel.

De HAP arts komt aanrijden, kwart voor elf. Het zweet staat tussen mijn bilnaad en mijn handen zijn klam. De adrenaline pompt ondertussen flink door mijn lijf. De arts heeft ook maar één blik nodig. 'Maximaal 24 uur', vertelt hij, 'Mevrouw is terminaal, ik verwacht dat dit snel zal gaan.'. Ik bel een verpleegkundige om na te gaan wat de opties zijn voor deze nacht. We beslissen om mevrouw samen te verzorgen. Haar lichaam is ijskoud en de lijkvlekken al goed zichtbaar op haar lichaam. Ze ademt zwaar, maar houdt vol. Samen geven we haar liefdevolle zorg, proberen het haar comfortabel te maken, maar ze wordt onrustig, moet overgeven, brabbelt en zwaait met de armen en het hoofd. Ik kijk de verpleegkundige diep in haar ogen aan, we denken hetzelfde: ze gaat.. Alle aandacht gaat uit naar haar, we doen ons uiterste best. Ze slaakt haar laatste adem uit..

Ik houd van mijn werk, ook al is het niet altijd even mooi. Nee dat zeg ik verkeerd, het is altijd mooi, maar niet altijd even leuk. Om half één ben ik thuis en om half twee heb ik nog geen oog dichtgedaan. Slecht geslapen heb ik die nacht, heel slecht zelfs. Het beeld staat op mijn netvlies vast. De lijkvlekken op de armen, de blik in haar ogen en haar onrust in de laatste minuten. We hebben gedaan wat we konden voor deze mevrouw. We hebben ons uiterste best gedaan om het comfortabel te maken voor mevrouw. Na een paar uur slapen gaat de wekker, ik heb namelijk de vroege. Met dikke wallen kom ik het kantoor binnen. De collega's kijken me verschrikt aan. Ik doe mijn verhaal en krijg een sterke bak koffie voor mijn neus gezet. Allen begripvol, de emoties die tijdens afgelopen avond waren uitgeschakeld, zijn nu zes keer zo hard ingeschakeld. Het begint binnen te komen wat er gebeurd is. Ik hoop dat mevrouw het heeft gewaardeerd hoe we voor haar hebben gezorgd in de laatste uren en ik hoop dat de familie genoeg steun en rust van ons heeft ontvangen. Het hoort bij het beroep, ik weet het, maar of het ooit gaat wennen? Ik vrees van niet.