Uitpuilende ogen, geen reactie. SHIT.

01-07-2018

Om 9.00 uur bel ik aan, 9.45 uur, 10.15 uur, bel hem vijfmaal op de telefoon en dan gaat de deur om 11.15 uur eindelijk open. Zijn zoon opent de deur, wat al vrij gek is, aangezien meneer zelf altijd goed bij de pinken is.

Zo af en toe bekruipt in je werk het 'niet pluis gevoel'. Hoe kan ik dat gevoel eens goed beschrijven? Het is een soort onrust in je hoofd en lichaam, waar nog niet precies de oorzaak van bekend is, maar het gevoel is duidelijk. Ik heb altijd oppaskindjes gehad en tijdens dat oppassen kreeg ik ook wel eens zo'n niet pluis gevoel. Wanneer het bijvoorbeeld opeens doodstil was in huis, ik wist dat mijn oppaskindje iets aan het uitvreten was, maar nog niet precies kon zeggen hoe of wat. Dat omschrijft het denk ik het beste.

Wanneer om 9.00 uur die deur niet werd opengedaan en ik geen antwoord kreeg om mijn telefoontjes, kreeg ik al een lichtelijk niet pluis gevoel. Deze valt nog te bedwingen, want hey iedereen kan zich wel eens verslapen... toch...? Om 9.45 begon het al een iets heftiger niet pluis gevoel te worden en om 10.15 uur liep ik er niet zo lekker van. De zoon nam de telefoon ook niet op. Ja en dan he... Daar sta je dan voor de deur. De politie bellen om een raam te verwijderen, vond ik ook nogal heftig op dat moment. Dus ik wacht nog af tot het einde van mijn dienst.

11.15 uur en eindelijk wordt de deur geopend. De zoon doet open. 'Hey, jou had ik hier niet verwacht.', zeg ik met een aarzeling. 'Ja sorry, ik ben blijven slapen bij mijn vader. Je hebt vast al vaker voor de deur gestaan of niet? Ik slaap vrij vast.', vertelt hij me. Al pratend loop ik de woonkamer in, waar ik schrik. Ik blijf in de deuropening staan en vraag de zoon: 'Ben je al in de woonkamer geweest?'. 'Ja', antwoordt hij. Voorzichtig loop ik een aantal stappen de woonkamer in, tot ik naast de bank sta waar meneer uitgestrekt ligt. 'Meneer?', terwijl ik het zeg, raak ik zijn gezicht aan. Geen reactie. Zijn ogen puilen uit, zijn nek opgezwollen, zijn gezicht is volledig rood, op geen enkele manier krijg ik reactie. 'Hoe lang ligt je vader al zo op de bank?', vraag ik de zoon. 'Geen idee, ik weet niet hoe lang dit al zo is. Gisteravond kwam hij me nog een goede nachtrust wensen.'. 'Vind je het goed dat ik even de huisarts bel en de situatie zoals ik het nu zie doorspreek? Ik schrik er namelijk een beetje van.'. De zoon geeft me alle vrijheid om de huisarts te bellen en geeft gehoor aan mijn zorgen.

Voor ik bel, voer ik de controles uit die ik als thuiszorgmedewerker kan uitvoeren. Het is niet veel, maar alle metingen en observaties helpen. Ik druk de spoedlijn in en geef de controles door met mijn observaties en de vraag of er direct een huisarts kan komen. Wat een geweldige samenwerking. De huisartsassistente geeft namelijk direct gehoor aan mijn bevindingen en mijn vraag. De huisarts staat binnen vijf minuten op de stoep. Ook zij schrikt van de situatie, voert verdere controles uit en laat me een ambulance bellen.

Meneer wordt meegenomen. Ook het ambulancepersoneel is erg vriendelijk en beleefd. Iedere zorgprofessional heeft in deze casus zijn steentje bijgedragen. We hebben naar elkaar geluisterd, informatie gegeven die noodzakelijk is en de cliënt vooropgesteld en dit alles samen met zijn zoon. Meneer wordt meegenomen naar het ziekenhuis voor verder onderzoek. Samen met de huisarts neem ik de casus nogmaals door voor ze vertrekt, wat goed ging en waar we beiden de volgende keer adequater kunnen reageren. Ik geef mijn telefoonnummer aan de zoon met de vraag of hij me na zijn ziekenhuisbezoek aan zijn vader wil bellen hoe het gaat.

Even later word ik gebeld met de reactie dat meneer is opgenomen op de afdeling interne geneeskunde. Het is nog eventjes afwachten wat er precies aan de hand is. In de volgende dagen houden we contact. Wat blijkt? Meneer heeft acute nierinsufficiëntie ontwikkelt. Thank God ben ik die ochtend nog binnen gekomen en was er zo goed contact met de andere disciplines.

Meneer maakt het nu goed. Meneer dialyseert driemaal in de week en vindt dit oké. De zorg dit wij leveren is uitgebreid en meneer is tevreden. Het blijkt maar weer hoe belangrijk ons werk is, leven of dood. Soms is het een langzaam ontwikkelende situatie waarin onze hulp nodig is, soms is het een acute situatie waarin onze hulp nodig is.

Tell me again, dat ik een saai, eentonig baantje heb. Dacht het niet hè.