'Wie het kleine niet eert, heeft van de crisis niks geleerd.'.

08-04-2018

Een dementerende vrouw, de papieren liggen over de hele tafel verspreid en ze ziet door de bomen het bos niet meer. We komen bij haar over de vloer om medicatie aan te reiken, maar ik voel me eigenlijk genoodzaakt om wat rust in haar hoofd aan te brengen. Een poetsbeurtje van de tafel is daar een begin van.

WAT IK ALLEMAAL TEGENKOM OP DIE TAFEL. Heel eerlijk, het is nog erger dan mijn tafel nadat ik een week dikke stress heb gehad en alles heb achtergelaten op mijn tafeltje wat ik kwijt moest. Zo zag mevrouw haar tafel er ook uit, maal twintig keer. Nadat ik haar heb geholpen met haar medicijnen uit te pluizen, vraag ik haar of ik eventjes moet helpen met de tafel opruimen. 'Graag meiske, het ligt overal he.'. 'Nou, laten we er eens aan beginnen!'. Voor degenen die zich nu afvragen of dit in mijn takenpakket zit; nope, maar dat boeit me niet. Dit is een mooie kans om mevrouw wat beter te leren kennen en na te gaan wat er in haar leven speelt.

We beginnen bij de krant, 28 maart, 2 april, 3 april en 6 april liggen op tafel. 'Welke krant is de meest recente krant mevrouw?'. Even nagaan of mevrouw nog bewust is van de tijd en datum. Ze geeft me de goede krant. 'Heeft u de krant gelezen?', vraag ik haar. 'Natuurlijk, iedere ochtend met een bak koffie. Daar word ik wakker mee.'. 'Iedere ochtend? U staat altijd rond half acht op toch? Dan ligt de krant al mooi in uw brievenbus.'. 'Ja, iedere ochtend word ik wakker op dezelfde tijd, zonder wekker. Dan haal ik mijn krant beneden uit de brievenbus en zet een bak koffie.', vertelt ze. 'Gaat u ook altijd op dezelfde tijd naar bed?', ik wil nagaan of ze een stabiel dag- en nachtritme heeft, 'Altijd na het late journaal, ik wil graag weten wat er gebeurd in de wereld.', ze vertelt het met vertrouwen. Ik geloof haar.

Nadat we de kranten hebben opgeruimd komen we bij ontzettend veel losse papiertjes en foto's aan. We bekijken ze en sorteren de belangrijke en minder belangrijke papiertjes en gooien weg wat weg kan. Foto's van haar dochter, van haar kleinkinderen, van haar overleden man. Alles ligt op tafel. We bekijken ze samen en ik ga in op haar verleden. Ze weet het me feilloos te vertellen. 'Een kind baren, dat is wat! Die mannen snappen daar niks van. Je zal maar een kind uit je lichaam moeten persen'. Deze zag ik niet aankomen! We gaan verder. 'Uw kinderen hebben net als u prachtige kinderen gebaard, hoe oud zijn uw kleinkinderen?, benieuwd of ze qua jaartallen bij is. Vol trots vertelt ze me: 'Eentje is drie en eentje is twee jaar', hier zit een hiaat, dit klopt niet. De kleinkinderen op de foto zijn minstens acht jaar, zeker geen twee jaar. Wanneer ik vraag naar namen, heeft ze het lastig, ze kan er niet opkomen. 'He, vervelend is dat meiske dat ik niet op namen kan komen. Die van jou weet ik ook niet meer.'. 'Ach, ik luister naar alles!', zeg ik. Ik vind dit stadium van dementie wreed, mensen beseffen zich dat ze punten vergeten en er zaken aan ze voorbijgaan en zijn zich hier erg van bewust.

Ik kom een papiertje tegen met de volgende tekst: "Wie het kleine niet eert, heeft van de crisis niks geleerd.". Ik begin te lachen. 'Dat is een ander spreekwoord dan ik gewend ben!', zeg ik lachend. 'JA! Dat papiertje zocht ik! Dat wil ik aan mijn dochter geven. Vind je het een mooi gezegde?', vraagt ze me onzeker. 'Zeker dat ik het mooi vind. Heeft u dat zelf bedacht en hoe komt u zo bij dit gezegde?, vraag ik haar geïnteresseerd. Het gesprek gaat verder en ik ga met flink wat informatie richting kantoor over deze mevrouw. Bewuster van de fase van dementie waarin ze nu verkeerd en bewuster van waarin ik haar kan sturen. It was a good day.