Ze opent de krant van 1939 en we hebben contact

28-10-2017

Zaterdagochtend. Ik bel aan bij een mevrouw. Een pracht van een mens, begint dingetjes te vergeten, maar haar karakter blijft sprekend. Liefdevol. Er ligt voor mij een verrassing te wachten op de eetkamertafel.

De deurbel is luid en duidelijk wanneer ik erop druk, maar er komt niemand de deur openen. Na een minuut gewacht te hebben, bel ik nog eens aan en kijk door het raam of ik beweging zie. De keurig geklede, 83-jarige dame komt met een klein sprongetje in haar pas naar de voordeur.

Ik begroet haar en vertel hoe mooi ze er vandaag uit ziet. Ze straalt van geluk. 'Het hondje ligt nog steeds te slapen.', vertelt ze. Ik moet een beetje lachen. Het oude beestje van twaalf jaar ligt in zijn mandje opgevouwen, 'Het is toch ook een slaapkopje he Ik zal zachtjes doen, dan wordt hij vast niet wakker.', antwoord ik. Terwijl ik naar de eetkamertafel loop, zie ik iets liggen wat mijn aandacht trekt.

Mevrouw loopt met mij mee en samen stuiten we op de Panorama uit 1939. Om precies te zijn is het de Panorama die uitgegeven is op 31 augustus 1939. Met ongeloof kijk ik naar de krant. Nog zo mooi intact. Ze ziet dat ik er stil van ben (en geloof me, dat stil zijn, dat is uitzonderlijk!). Er komt een glimlach op mijn gezicht en ik kijk haar aan, ook zij heeft een glimlach gevormd op haar gezicht. Ik pak een stoel en ga zitten, ze gaat naast me zitten en slaat de krant open. Ik kijk met ongeloof toe hoe voorzichtig ze de bladen omslaat.

Ik zeg het nog eens, deze mevrouw is een pracht van een mens, maar begint dingetjes te vergeten. Soms slaat ze de plank compleet mis, maar vandaag niet. Ze opent de krant en we hebben contact. Ze vertelt me over de tijden van 1939. Dat ze toen vijf jaar oud was. Ze staat zelfs op een foto in deze editie. Ze vertelt me het verhaal van haar buurvrouw toentertijd die als een tweede moeder voor haar was. Op de foto houdt de buurvrouw haar vast. Het vijfjarige meisje wat ik op de foto zie is gelukkig, straalt en geniet. Ik zie in het meisje de vrouw naast me nog terug. Ze vertelt me de verhalen van haar jeugd. Dit met een enorme intensiteit. Van geluksmomenten tot de afschuwelijkste dingen. Alles komt aan bod.

Wat zo'n krant uit 1939 teweeg kan brengen bij een mens en wat een prachtige connectie tussen hulpverlener en cliënt er kan ontstaan. Ik blijf er stil van, zelfs nu ik dit aan het schrijven ben. Het verwondert mij dat ik zo gezegend ben dat ik deze momenten mag meemaken en dat ik het privilege heb om deze verhalen te horen en voor deze prachtige generatie mensen mag zorgen. Ik voel me vereerd om dit te mogen doen. Het is 'gewoon' bijzonder. Heel bijzonder.