Zij komt nu nooit meer terug

26-08-2018

'Vroeger ging zij varen en kwam terug. Nu is zij weg en komt nooit meer terug'

Ik heb een lang weekend vrij gehad en moet pas dinsdag weer starten met werken. Maandagavond open ik mijn IPad van het werk om de rapportages door te lezen van alle cliënten. Zelf vind ik dat fijn, dan kan ik me op mijn gemak inlezen en nagaan of ik ergens extra aandacht aan moet besteden of iets op mijn to-do-list moet zetten.

WHAT?! HUH? Mevrouw X is opgenomen in het ziekenhuis? Wat is daar gebeurd en zo onverwachts? Kortsluiting in mijn hoofd. Ik open haar dossier en lees terug vanaf vorige week vrijdag. Mevrouw voelde zich niet zo lekker, buikpijn, hoofdpijn. Nog niks schrikbarends te lezen. De dag erna ging het een stuk slechter zo te lezen en is zij naar het ziekenhuis gebracht.

Het betreft een echtpaar, beiden ontvangen zorg van ons. Meneer is dementerend. Oei, hoe zal het met hem gaan? Ik open zijn dossier en lees dat er familie bij hem slaapt om hem gerust te stellen. Oke, fijn, denk ik. In mijn route zie ik dat ik dinsdagochtend naar hem toe ga. Zo kan ik gelijk even polshoogte nemen wat er precies met mevrouw is gebeurd en kan ik nagaan hoe meneer het zonder zijn vrouw thuis maakt.

De volgende ochtend word ik vroeg opgebeld door het nichtje van het echtpaar. Ze klinkt droevig en ik vraag wat er aan de hand is. 'Mijn tante is vannacht overleden.', vertelt ze me. Ik ben net aan het rijden en zet direct mijn auto aan de kant. 'Pardon?', het enige wat ik uit kan brengen. 'Wat zeg je nu?', vraag ik daarna. 'Ja je hoort het goed Esmée, ze is vanochtend in het ziekenhuis overleden.'. 'Och, och jeetje, gecondoleerd met dit verlies.', kan ik uitbrengen. Ze vertelt dat ze naar het ziekenhuis gaan om afscheid te nemen en ik deze ochtend niet hoef te komen voor de zorg. Ik bied aan om 's middags te komen om te condoleren. Het nichtje geeft aan dat ze dit fijn zou vinden.

Dit doe ik dan ook. Na mijn middagronde bel ik aan. De volledige familie is aanwezig. Ik condoleer iedereen en ga als laatst op de bank naast meneer zitten. Een hoopje verdriet zie ik naast me zitten. Snikkend. Zwaar ademend. Tranen over zijn wangen. Ik leg mijn hand op zijn been en fluister in zijn oor 'Gecondoleerd met dit enorme verlies...', en laat een stilte vallen. Hij pakt met beide handen mijn hand vast en snikkend bedankt hij me. Zijn handen voelen ijskoud. Hij was altijd al mager, maar nu lijkt zijn gezicht nog meer ingevallen te zijn. Ik sla mijn andere arm om hem heen en denk even niet aan alle familie in de kamer. Nu is het alleen eventjes hij en ik. Hij kan niet uit zijn woorden komen, de dementie speelt op. Het enige wat hij kan uitbrengen is: 'Vroeger ging ze varen en kwam terug. Nu is zij weg en komt nooit meer terug.', waarna hij nog harder begint te snikken. Het enige wat ik kan doen is troost bieden. Ik houd mijn arm rond hem en hij houdt mijn hand stevig vast. Ik laat hem uithuilen.

De volgende dag kom ik terug en vraag de familie hoe het gaat. Ze geven aan dat hij gedurende de dag en nacht is blijven snikken. Alsof de dementie ervoor zorgt dat hij steeds de prikkel terugkrijgt dat hij zijn vrouw kwijt is. Vreselijk moet dat zijn. Eén keer je vrouw verliezen is al erg genoeg, maar steeds die gedachtegang opnieuw ervaren, dat moet verschrikkelijk zijn. Ik heb te doen met hem en ga opnieuw op de bank naast hem zitten. Opnieuw vertelt hij me: 'Vroeger ging ze varen en kwam zij terug. Nu is zij weg en komt nooit meer terug.', waarna hij net als gisteren hard begint te snikken. Net als gisteren pakt hij mijn hand weer stevig vast en sla ik een arm rond hem heen. Ik laat hem opnieuw uithuilen.

Ik heb te doen met hem...